» 

diccionario analógico

fout; ketsstoot; misstoot; schuiver; uitglijdingyerro; fallo; tropiezo; falta; error; metedura de pata[ClasseHyper.]

fout; ketsstoot; misstoot; schuiver; uitglijdingyerro; fallo; tropiezo; falta; error; metedura de pata[ClasseHyper.]

abuis, blunder, fout, misgreep, misslag, misverstand, vergissingdesacierto, descuido, desliz, equivocación, error, fallo, falta, gazapo, tropiezo, yerro[Hyper.]

even kwijt zijn, ontgaan, ontschieten, vergetenírsele a u.p. de la memoria, pasársele a u.p., pasársele a u.p. de la memoria - dwalen, een fout, een fout maken, een vergissing maken, in de fout gaan, mistasten, misvatten, misverstaan, miszitten, vergissen, verspreken, zich misrekenenconfundirse, desacertar, equivocar, errar - blunderen, een fout maken, een vergissing maken, in de fout gaan, miskleunen, uitglijden, vergalopperencometer una falta, cometer un error, equivocarse, incurrir en una falta, incurrir en un error[Dérivé]