Publicidad ▼


 » 

diccionario analógico

els, priemlesna, lezna, punzón, subilla - abacial - consulaat, konsulaatconsulado - elevator, graanzuiger, hijstoestel, hoogteroer, lift, liftkooiaparato elevador, ascensor, elevador, montacargas - metselaar, metseralarife, albañil - etalage, uitstalraam, winkelraam, winkelruitescaparate, vitrina - keukencocina - looddekker, loodgieter, waterfitterfontanero, gásfiter, gasfitero, lampista, plomero - gemeentehuis, raadhuis, stadhuis, stadskantooralcaldía, ayuntamiento, casa consistorial - bios, bioscoop, bioskoop, cinema, film, filmhuis, filmtheatercine, cinema, cinematógrafo - draagbalk, draagkussen, schraagbalk, steunbalkcarrera, viga - machinaal aangedreven werktuigmáquina herramienta - bleken, verbleken, verschieten, wittenblanquear, emblanquecer, enblanquecer, enjalbegar, jalbegar - bistro, petit-restaurantrestaurante de estilo francés - ante, kolom, zuilcolumna, pilar - oprichten, opslaan, optrekkenerguir, erigir, levantar - gereedschap, gerei, hulp, hulpje, hulpmiddel, utensiliën, utiliteit, werktuigutensilio - afschaffen, elimineren, uitschakelen, wegwerkeneliminar - buitensluiten, uitgesloten, uitsluiten, uitzonderen, weglatenexcluir, omitir, saltarse, suprimir - affirmeren, bevestigen, confirmeren, geconfirmeerdconfirmar, corroborar - aanbouw, aanleg, bebouwing, bouw, bouwen, constructie, gebouw, konstruktie, opbouw, wegenaanleg, wegenbouwconstrucción, edificación, obra - erectie, gebouwerección - het verzinnenfabricación - scheepsbouw, scheepsbouwbedrijf, scheepsbouwkundeconstrucción de buques, construcción naval - prefabricatie, systeembouwprefabricación - bebouwing, bouw, bouwbedrijf, bouwnijverheid, bouwsector, bouwsektor, bouwvak, gebouwconstrucción, edificación, edificio, industria de la construcción, obra, ramo de la construcción, sector de la construcción - ondersteunen, steunen, zetten tegenapuntalar, soportar, sostener - slopen, verdelgen, vernielen, vernietigendemoler, destrozar, destruir, romper - ontwerpen, projecterenconcebir, diseñar, estructurar, hacer los planos de, idear, proyectar - aanleggen, bebouwen, construeren, leggen, optrekkenlevantar - heropbouwen, reconstrueren, verbouwenreconstruir, reformar - afbreken, demonteren, neerhalen, ontmantelen, opbreken, slechten, slopen, uiteennemen, uit elkaar halen, verbrekendesarmar, desmontar - vervallenarruinar - bruikbaar, uitvoerbaarfactible, practicable, práctico, realizable - valideren, verifiëren - abattoir, slachtbank, slachterij, slachthuisdegolladero, desolladero, matadero, rastro - accelerator, cyclotron, deeltjesversneller, elektronenversneller, gaspedaal, versneller, versnellingsmachineacelerador, chala, chancleta, chola, pedal del acelerador - baco, bahco, bako, Engelse sleutel, spiesleutelllave inglesa - adobe - hangaar, hangar, vliegtuigloodshangar - boorhamer, luchtdrukhamer, luchthamermartillo neumático - anechoic chamber, anechoic room, anechoic sound chamber, free field room, free-field room (en) - actiecomité, actiegroep, antichambre, belangengroep, foyer, hal, koffiekamer, vestibule, voorportaalantecámara, anteportal, antesala, atrio, casapuerta, entrada, foyer, hall, jol, pasillo, portal, recibidor, recibimiento, vestíbulo, zaguán - apadana (en) - appartement, appartementsgebouw, blokkendoos, flat, flatgebouw, flatjeapartamento, apartamiento, departamento, habitación, piso, vivienda - flat, flatgebouw, pand, perceeledificio de apartamentos, inmueble - bijenstalabejar, colmenar - apsis, koorsluitingábside - backsaw, back saw (en) - bakker, bakkerijamasandería, bollería, panadería, tahona - balzaal, dancing, dansgelegenheid, danstent, danszaalbailadero, sala de baile, salón de baile - balusterbalaustre, balaústre - muziektentestrado, quiosco - balustrade, borstwering, leuning, trapleuning, trapstijlantepecho, balaustrada, balaustre, baranda, barandal, barandilla, parapeto, pasamano, pasamanos, pretil, quitamiedos - boom, bovenlat, doellat, dwarsligger, stangbarra - bar (en) - tongewelfbóveda de cañón - bar, café, kajuit, kroeg, saloon, tapperij, taveerne, zaalbar, bayuca, cámara, despacho de bebidas, salón, taberna, tasca - wasgelegenheidbaño, cuarto de baño/de aseo - ram, rammei, stormramariete - balk, biels, bint, weversboomviga - dolhuis, gekkenhuis, gesticht, inrichting, krankzinnigengesticht, zothuiscasa de locos, gallinero, loquera - raadkamer, slaapkamer, slaapvertrekalcoba, cámara, cuarto, cuarto de dormir, dormitorio, habitación, pieza, recámara - bijenkorf, bijenvolkcolmena - capilla para marinos, templo no conformista - gebouwbloque - amsterdammertje, bolder, bolderpen, korte paal, meerbolder, meerpaal, verkeerspaaltje, verkeerszuilamarradero, baliza, bita, bolardo, mojón de amarre, noray, poste - dagschoot, schoot - cabine, hokje, kamertje, kermistent, kiosk, paviljoen, reclamezuilcabina, caseta, casilla, cubículo, quiosco - boudoir, vrouwenvertrekcamarín, gabinete, tocador - brasserie - bebouwing, bouwwerk, pand, perceelconstrucción, fábrica, inmueble - arenaarena, coso, plaza de toros, redondel, ruedo - arbeiderswoning, boerenstulp, bungalow, optrekje, semi-bungalowbarraca, bóngalo, bungalow, casa de campo, caseta, chalé, chalet, hotelito - aapje, cabine, taxicabina - cabine, hut, seinhuis, trekkershutcabaña, cabina - bar, bierhuis, broodjeswinkel, broodjeszaak, café, cafeetje, cafetaria, coffeeshop, drankhol, dranklokaal, espressobar, herberg, koffiebar, koffiebuffet, koffiehuis, koffieshop, kroeg, lunchroom, pub, schenklokaal, staminee, stammenee, tapperij, taveernebar, café, cafetería - cafetaria, kantine, schaftlokaal, zelfbedieningsrestaurantautoservicio, cafetería, cantina - campingwinkel, kampwinkel, kantine, schaftlokaal - draaispil, gangspil, windas, windspilargüe, cabestrante, cabrestante - kan, karavanseraicaravanera, caravansar, caravansaray, caravasar - casern (en) - kozijncaja, camisa, envoltura - kathedercátedra - plafon, plafonnering - cel, provoostbartolina, calabozo, cana, celda - centrum, middelpunt, middelstuk, midden, middengedeelte, middenstukcentro - chain (en) - sierra de cadena - alpenhut, berghut, bungalow, chalet, vakantiehuis, vakantiehuisje, zomerhuis, zomerhuisjebungalow, chalé, chalet, chalet alpino - raadkamercámara - Allerheiligste, hoogkoor, koorgedeelte, natuurreservaat, presbyterium, priesterkoor, stiltecentrumentrecoro, presbiterio - hoenderhok, kippenhokcanoa, caponera, gallinero, pollera - KanaaltunnelEurotúnel - balcon, balkon, boezem, cirkel, zijbalkonanfiteatro, paraíso - cirkelzaag, rondzaagsierra circular - klas, klaslokaal, klasselokaal, klassenlokaal, leslokaal, lokaal, lokaaltje, schoollokaalaula, clase, local, sala de clase, sala de clases, salón de clases - clean room, white room (en) - clubgebouw, clubhuis, clublokaal, golfclub, golfstick, golfstok, klubgebouw, klubhuis, klublokaal, verenigingsgebouwcasa de recreo, chalé, chalet, círculo, local del club - koppeling, koppelingspedaal, ontkoppelingspedaalembrague - dassehol, dassenhol, kassei, kasseisteen, kinderhoofd, kinderhoofdje, kinderkopje, straatkeiadoquín - compartiment, coupé - betonmolen, cementmolen, mortelmolen, speciemolen, stortmolenhormigonera, mezclador de cemento, mezclador de hormigón - biechtstoelconfesionario, confesonario - piedra angular - hoek, hoekjeesquina, recodo, recoveco, rincón - corridor - buitenhuis, buitenhuisje, buitenverblijf, cottage, landhuiscasa de campo, casal, casería, caserío, chalé, chalet, cigarral, cottage, finca, pazo, quinta, quinto, torre, villa - haaghilada - achterplaats, binnenhof, binnenplaats, binnenplein, court, hof, plaatscorte, patio - koeienstal, koeiestal, koestal, stalboyera, boyeriza, establo, vaquería, vaqueriza, vaquerizo - cuna, inclusa - breekbeitel, breekijzer, koevoetalzaprima, palanca, palanqueta, pata - dacha (en) - corredor - deck (en) - detox, detoxicate, render harmless (en) - pootijzer, pootstokplantador - eetkamer, eetkamer ''de'', overblijflokaalcomedor - audiotheek, dancing, dansgelegenheid, danstent, disco, discobar, discomuziek, discotheek, fonotheekdisco, discoteca, sala de fiestas, teca - autodeur, autoportier, portier - deurklink, deurknop, deurkruk, handvat, klink, krukbotón, mango, manilla, perilla, picaporte, pomo, tirador - dorpel, drempel, stoeppeldaño, umbral - deuropening, entree, ingang, portaal, toegangentrada, jampa, portada, portal, puerta - dakkapel, dakvenster, koekoek, zolderlicht, zolderraambuharda, buhardilla - dormitorium, slaapzaal, studentenflat, studentenhuiscasa de estudiantes, colegio mayor, dormitorio, dormitorio común, residencia, residencia de estudiantes - parte de penetrar - pekelwagen, schuurmachine, strooiauto, strooiwagen, vlakschuurmachinelijadora - behuizing, domicilie, home, honk, tehuis, thuis, thuiswedstrijd, verblijfplaats, verzorgingscentrum, verzorgingstehuis, woning, woongelegenheid, woonruimteasilo, domicilio, habitación, hogar, morada, vivienda - elele - sala de emergencia, sala de primeros auxilios - machinekamersala de máquinas - entablaturecornisamento, cornisamiento - handelshuis, instituutcasa de comercio, establecimiento - façade, gevel, pui, straatgevel, straatkant, voorgevel, voortuinfachada - feedlot (en) - barak, lazaret, veldhospitaalambulancia, hospital de sangre - haard, haardplaats, open haard, schoorsteen, schouw, stookinrichting, stookplaatschimenea, fogón, hogar - steen, tegelazulejo, baldosa, losa - pavimento - etage, verdiepingnivel, piso, planta - floor, trading floor (en) - flush toilet, lavatory, silting method, sluicing (en) - voordek, voorkasteel, vooronder, voorplechtcastillo de proa - French window (en) - draaipunt, steunpuntfulcro, pivote, punto de apoyo - bontvoering - gevelspits, puntgevel, topgevelaguilón, faldón, frontón, gablete, hastial - koepel, koepelorganisatie, prieel, theehuisje, vakantiehuis, vakantiehuisje, zomerhuis, zomerhuisjebelvedere, cenador, glorieta, pabellón, quiosco - geodesic dome (en) - figón - broeikas, kas, kweekbed, kweektuin, plantbed, plantenkas, planterij, serre, speelzaal, tuincentrum, tuinderij, warenhuisestufa, estufa caliente, invernáculo, invernadero, plantel, veranda, vivero - situatieschets, situatietekeningdistribución, planta - pensioncasa de huéspedes, HR, pensión - beugelzaag, boogzaag, ijzerzaag, metaalzaag, spanzaagsierra para metales - zaal van bekendheidpasilio de gloria, salon de gloria - handgereedschap - harem, haremvrouwen, serail, vrouwenverblijfharem, harén, serrallo - deklaag, koorkap, koormantel, pluvialealbardilla, cabezazo, mojinete, remate - hedge trimmer (en) - ermitage, hermitage, kluis, kluizenaarshut, kluizenaarswoning, kluizenarijermita - drafbaan, drafrenbaan, hippodroom, paardenrenbaanhipódromo, pista de carreras al trote - hogan (en) - haak, haakjegarfio, garra - afdeling, ziekenboegenfermería, hospital, sala - dierenpension, hostel, jeudgherberg, jeugdherberg, pension, sleep-inalbergue de juventud, albergue juvenil - herberg, logementfonda, hospedería, hostería, mesón, parador, posada, taberna - hotel, hotelaccommodatie, hotel-restaurantalbergue, hostal, hotel, parador - hotelkamer, hotelruimtehabitación - -huiscasa - ijskelder, ijspakhuisfábrica de hielo - ijs, ijsbaan, ijsstadion, kunstijs, kunstijsbaan, schaatsbaanpatinadero, pista de patinaje - fauces, mandíbula - legger, schoor, steunbalk, stutbalk, vloerbalkcabio, cabrio, carrera, vigueta - starter, startmotor, toets, toetsenarrancador, arranque, motor de arranque - bedehuis, kerk, kerkgebouwiglesia - keukentje, kitchenette, koffiekeuken, kookhoekcocina pequeña, cocinilla, kitchenette, office - paalwoningpalafito, vivienda construida sobre estacas, vivienda lacustre - lanai (en) - lancet window, scorer knife, scoring knife, scratcher knife (en) - schaafbank - latrineletrina, retrete - grasmaaier, grasmaaimachine, maaier, maaimachinecortacesped, cortacésped, guadañador, guadañadora, guadañero, segador, segadora, segadora de césped - libel, pas, waterpas, waterpashaaknivel, nivel de aire, nível de aire - bibliotheek, boekenverzameling, boekerij, leeskamerbiblioteca - huiskamer, living, lobby, lounge, voorkamer, voorvertrek, woonkamer, woonvertrek, zitkamercuarto de estar, habitación exterior, habitación que da a la calle, living, sala de estar, salita, salón - badhokje, cabine, kleedcabine, kleedhokje, kleedkamer, kleedruimtevestuario - dakkamer, mansarde, zoldering, zolderkamerático, boardilla, buharda, buhardilla, chiribitil, guardilla, sobrado, sotabanco, zaquizamí - blokhut - conversatiezaal, lounge, wachtkamer, zitkamerantesala, sala de espera, salón - ventilatiekoepelpersiana - automaat, machine - apparaat, machinepark, machinerie, machinesengranaje, máquina, maquinaria, mecánica, mecanismo, organización, sistema - havezatecasa solariega - mansardedakbuhardilla - meiboommayo - dolhuis, gekkenhuis, gesticht, inrichting, krankzinnigengesticht, zothuiscasa de locos, casa de orates, manicomio, psiquiátrico, siquiátrico - freesbank, freesmachine, molenaar, molenaarster, mulderfresadora - minaretalminar, minarete - departement, ministerie, ministerschapministerio - monnikenkloostercenobio, convento, convento de monjes, monasterio - waterpomptangllave inglesa - monolietmonolito - knipselarchief, knipselbureau, knipseldienst, lijkenhuis, lijkenkamer, lijkhuis, morgue, mortuarium, rouwcentrum, rouwkamer, uitvaartcentrumdepósito de cadáveres, morgue, tanatorio - mesigit, missigit, moskeealjama, mezquita - raampost, raamstijlparteluz - beuk, hoofdbeuk, kerkschip, middenbeuk, middenschip, schipnave - bureau, kantoor, werkkamer, werkruimtedespacho, oficina - opera, operagebouwópera - o.k., operatiekamerquirófano, sala de operaciones - orkestbakfoso de la orquestra, orquesta, platea - erkercamón, mirador - bijgebouw, paviljoenaccesoria, anejo, anexo, dependencia - bijgebouw, schuurtjemeadero, servicio exterior - pagodepagoda - paletmesespátula de pintor - broodkeuken, kelderkast, office, provisiekamer, provisiekast, schapraai, spinde, voorraadkamer, voorraadkastbodega, despensa, repostería - briefopener, papiermes, vouwbeencortapapel - pastorie, predikantswoningcasa del cura, casa del párroco, casa del pastor, rectoría, vicaría - Partenón - paternosterliftpaternóster - binnenhof, dakterras, patio, terras, terraslandpatio - banketbakker, banketbakkerij, banketbakkerswinkel, banketwinkel, confiserie, office, patisseriepastelería - hanentred, hanetred, hanetred(e), pedaal, trapper, voetpedaalpedal - frontón - dak{#169}, dakappartement, dakwoning, penthouseático, penthouse, sobradillo, sobreático - vidriera - bedehuis, heiligdomlugar de culto - grondtekening, plan, plattegrond, situatieplanplano - buigtang, draadtang, knipbuigtang, plaattang, schaar, tangalicates, pinza, tenaza, tenazas - portiek, veranda, warandaanteiglesia, anteportal, atrio, marquesina, porche, portal, pórtico, sombra, soportal, terraza - portiekpórtico, soportal - pastorie, presbyteriumcasa parroquial, presbiterio - mechanical press, press (en) - BitolaBitola, priorato - bar, bierhuis, caf{#225}{#130}{#225}, café, cafeetje, drankhol, dranklokaal, herberg, kajuit, kroeg, pub, saloon, schenklokaal, staminee, stammenee, tapperij, taveernebar, cervecería, pub, taberna, tasca - rail, spoorrail, spoorstaaf, spoorweg, spoorwegenguardalado, pretil, verja - burgerzaal, feestzaal, ontvangkamerrecibimiento, sala de recebir - eetzaal, refectorium, reftercomedor, refectorio - residentie, villa, woningresidencia - café-restaurant, eetgelegenheid, eethuis, eethuisje, eettent, horecabedrijf, restaurant, restauratiebodegón, casa de comidas, comedor, lugar para comer, restaurán, restaurante, restorán, rte., sitio para comer - ijsbaan, ijspiste, kunstijs, kunstijsbaan, rolschaatsbaan, schaatsbaanpatinadero, pista de hielo, pista de hielo/patinaje, pista de patinaje - balancín - koorafsluiting, koorhek - bekapping, overdekking, overkapping, overspanningtejado - kameraposento, cuarto, habitación - catharinavenster, radvenster, roosvensterrosa, rosetón - hobbykamer, hobbyruimte, kinderkamer, knutselruimte, speelkamer, speelzaalcuarto de juego, cuarto de jugar, sala de juego - saunasauna - triscador - bouwsteiger, steiger, stellage, stellingandamiada, andamiaje, andamio, castillejo - dorpsschool, school, schoolgebouwcolegio, escuela - puerta de tela metálica - wip, wipwapbalancín, bimbalete, subibaja, vaivén - cartabón, escuadra - bedrijf, engagement, geëngageerdheid, magazijn, nering, shop, warenhuis, winkel, zaakcomercio, empresa, establecimiento, negocio, tienda - blokhuis, seinpostgarita de señales - daklicht, dakraam, lichtkoepel, schijnlicht, vallicht, zolderlicht, zolderraambuharda, celaje, claraboya, claro, lucera, lucerna, lucernario, lumbre, lumbrera, montera, tragaluz - skyscraper, wolkenkrabberrascacielos - rookkamerfumadero - bout, hamerbout, soldeerbout, soldeerijzersoldador - spatiebalk, spatietoetsbarra espaciadora - taberna clandestina - stadie, stadionestadio - post, stijlescora, jamba, montante, poste, puntal - overstapde madera por encima dos escalones para pasar de una cerca, dos escalones de madera para pasar por encima de una cerca - grenspaal, landpaal, natuursteen, scheidpaal, steenalmohadillado, cantería, sillar, sillería - hok, hondehok, hondenhok, kippenhok, opslagplaats, provisiekamer, varkenskot, voorraadkameralmacén, colca, depósito, despensa, gambuza, pañol, trastero - serre, solarium, tuinkamer, zonnebad, zonnebank, zonnecentrum, zonnehemel, zonnekanonsolana, solanera, solario, solárium - schuifdak, zonnedakcapota, techo corredizo, techo solar - sjoel, synagogealjama, sinagoga - tab, tab key (en) - tapsleutel - taveerne, tavernefonda, mesón, pulpería, taberna - betraand, coffeeshop, espressobar, koffiebar, koffiehuis, koffieshop, lunchroom, tearoom, theehuis, theesalon, theeschenkerijmerendero, mojado/empapado de lágrimas, salón de té - cabine, kabine, telefooncelcabina, cabina de teléfono, cabina telefónica, locutorio - telefoonpaal, telegraafpaalposte telegráfico - tipitipi - third rail (en) - biel, biels, dwarsligger, slaappakje, spoorbalk, spoorbiels, travers, traverse, verbindingswegdurmiente, traviesa - closetpot, conservenblik, toilet, toiletpot, W.C., wcaseo, aseos, baño, cien, cuarto de baño, excusado, inodoro, lavabo, poceta, retrete, sanitario, servicio, servicios, tualé, váter, wáter, watercló - driepoot, nachtspiegel, piespot, pispot, po, potbote, trono - tandenstoker, tandestokerescarbadientes, limpiadientes, mondadientes, palillo, palillo de dientes - torque wrench (en) - gemeentehuis, raadhuis, stadhuis, stadskantoorayuntamiento, casa consistorial, consistorio, municipio - dwarsbeuk, dwarsschip, dwarsvleugel, kruisbeuk, transeptcrucero, transepto - dwarsbalk, dwarshout, dwarsstuk, kalf, kruisbalk, traverselarguero, través, travesaño, viga transversal - try square (en) - tekenhaakescuadra - tunneltúnel - piesbak, pisbak, pisfles, pisglas, pissoir, urinaal, urinoir, waterbak, waterglas, waterplaatsmingitorio - vacation home (en) - veranda, warandagalería, porche, terraza, veranda - sacristiesacristía - voting booth (en) - dovela - strake, wale (en) - wandmuro - fonteintje, spoelbak, wasbak, wastafel, wastafeltjealjofaina, lavabo, lavamanos, palangana - brandkraan, hydrant, kraanboca de riego, espita, grifo - bordeel, club, eroscentrum, hoerenhuis, hoerenkast, hoerenkot, massagesalon, Venustempel, verwenhuisbulín, burdel, canaca, casa de citas, casa de prostitución, casa pública, lupanar, mancebía, meublé, mueblé, prostíbulo, putería, tumbadero - wigwamtepe, tienda india, wigwam - glasraam, licht, raampje, vensterraamventanilla - glasraam, kijkglas, licht, raam, raampje, venster, vensterraampantalla, ventana - fietssleutel, moersleutel, sleutelllave, llave de tuerca, llave inglesa - instabiliteit, labiliteit, onbestendigheid, onstabiliteit, onvastheidinestabilidad - bestendigheid, onveranderlijkheid, regelmatigheid, stabiliteitestabilidad - kadastercatastro - internado, pensionado - Mount Vernon (en) - ing., ingenieur, ir., onderhoudstechnicus, techneut, technicus, technologe, technoloogingeniero, tecnóloga, tecnólogo - ingeniero militar - aannemer, bouwer, ontwikkelaar, projectontwikkelaar, samensteller, samenstelsterconstructor, constructora - defense contractor (en) - electricien, electromonteur, elektricien, elektromonteurchispa, electricista, eléctrico, iluminista - landmeter, meetkundigegeómetra - transporteurcontratista de transportes, transportista - landmeterlocador - metselaar, steenhouweralbañil, cantero, pedrero, picapedrero - computerprogrammeur, computerprogrammeuse, programmeur, programmeuseinformático, ingeniero informático, programador, programadora, programadora de ordenadores, programador de ordenadores - dakdekker, dekker, rietdekkertechador - Leonardo, Leonardo da Vinci - tractietracción - kiezel, Si, siliciumsilicio - puim, puimsteen, schuursteen, spongiet, sponssteenpiedra pómez, pómez - gom, hechtmiddel, houtlijm, kit, kleef, kleefmiddel, kleefpasta, kleefstof, lijm, plakmiddel, plaksel, plakspul, plantenslijm, planteslijm, slijmcola, cola de pegar, engomado, engrudo, gluten, mucílago, pegamento - bindmiddel, cementadhesivo - aparejo, apresto, encolado - gewapend beton, staalbetoncemento armado, hormigón armado - portlandcementportland - bentonita - betoncemento, concreto, hormigón - fiberglas, glasdraad, glasfiber, glasvezel, glaswolde fibra de vidrio, fibra de vidrio - asfaltweg, bitumenbetún - pek, pik, teeralquitrán, brea, chapapote, pez - koolteer, steenkolenteer, steenkoolteer - kalkspaatcalcita - carbonato calcioso, carbonato de calcio - linoleum, zeillinóleo, linóleum - boomgewas, geboomte, houtgewas, timmerhoutmadera, maderas, maderos - gres, grès, zandsteenarenisca, asperón, piedra arenisca - porfierpórfido - hardboard, houtvezelplaat, spaanderplaat, spaanplaat, vezelplaataglomerado, cartón-madera, cartón prensado, contrachapado, madera aglomerada, panel de fibras de madera[Domaine]

-

 


   Publicidad ▼