Publicidad ▼


 » 

diccionario analógico

nabijheid, naderen, naderingapproche, rapprochement - progressie, voorschot, voortgang, vooruitgangavancée, avancées, progrès, progression - motoriek, voortbewegen, voortbeweginglocomotion, motricité - longe, slingerbeweging, uitvalbrusque mouvement en avant, embardée - reis, reizen, tochtvoyage - achtervolging, jacht, najagenpoursuite - beklimming, bestijging, Hemelvaart, opkomst, opstijging, verhogingascension, montée - afdalingdescente - oscillatie, schommel, schommelbeweging, slinger, slingerbeweging, slingering, zwaai, zwiep, zwierbalancement, mouvement oscillatoire, oscillation - retour - glijdende beweging,, het glijdenglissement - glissement - beek, doorstroming, stroming, stroom, verkeersdoorstromingcourant, écoulement - slakkegang, slakkegangetje, slakkengang, slakkengangetjepas, petit pas - speedà la hâte, précipitamment - verplaatsing, vervangingdéplacement, remplacement - opschuiving, verplaatsing, verschuivingdéplacement - drukte, gehaast, gejakker, haast, spoedprécipitation, ruée - manoeuvre, speelwijze, spelingjeu, manœuvre - migratie, trek, verhuizing, volksverhuizingémigration, migration - onrust, opschuddingagitation - buiginginclination - slagbrassée, coup, nage[Spéc.]

bewegen, doorreizen, gaan, koersen, tijgen, voortbewegenaller, déplacer, mouvoir - bewegen, verhangen, verleggen, verplaatsen, verroeren, verschuiven, verzettendéplacer, faire changer de place, transférer - migreren, verhuizen, verkassendéménager - motionnel[Dérivé]

beweging (n.f.) • déplacement (n.m.) • flux (n.m.) • mouvement (n.m.) • omzetting (n.f.) • stroming (n.f.) • translocatie (n.) • transpositie (n.) • verplaatsing (n.f.)

-

 


   Publicidad ▼