Publicidad ▼


 » 

diccionario analógico

affect, emotion, poignancybewogenheid, emotie, gemoedsaandoening, gemoedsbeweging, getroffenheid, ontroering - emotionaandoening, affect, emotie, gemoedsaandoening, gemoedsbeweging, gevoel, gevoelen, ontroering, sentiment - thing - glow - soul, soulfulness - ardor, ardour, passion, passionatenessdrift, gedrevenheid, gepassioneerdheid, hartstocht, hartstochtelijkheid, passie - sentimentgevoel - complexcomplex - ambivalence, ambivalencyambivalentie, dualisme, dualiteit, dubbelheid, tweeslachtigheid - apathyapathie - desirebegeerte, verlangen, wens - sex, sexual urgegeslachtsleven, seks, seksualiteit - pleasance, pleasureaardigheid, behagen, gein, genot, jeu, jolijt, jool, leut, leute, lol, lust, plezier, pret, schik, sjeu, vermaak, welbehagen - pain, painfulness - pang, stab, twinge - likingvoorkeur, zin - dislikeafkeer, aversie, degoût, degôut, tegenzin, weerstand, weerzin - appreciation, gratitude, recognitiondank, dankbaarheid, erkentelijkheid - ingratitude, ungratefulnessondank, ondankbaarheid - disinterest, unconcernluchthartigheid, onbezorgdheid, zorgeloosheid - shameaanfluiting, schaamte, schande - pride, pridefulnessfierheid, hoogheid, trots - humbleness, humility, lowlinessnederigheid - amazement, astonishment, wonderbevreemding, verbazing, verrassing, verwondering - devastation - expectation, gut feeling - carelessness, casualness, levity, offhandednessachteloosheid, nonchalance - gravity, solemnityernst, gravitatie, zwaartekracht - sensitiveness, sensitivityhyperesthesie, overgevoeligheid, sensitiviteit - agitation - calmness, placidnessrust - bravery, fearlessnessmoed - happiness, pleasure, sense of well-beinglevensgeluk, levenslust, levensvreugde, welbehagen - sadness, unhappinesstreurigheid - hopehoop ''de'' - despairwat iemand tot wanhoop drijft - affection, affectionateness, fondness, heart, philia, tenderness, warmheartedness, warmnessaffectie, affektie, genegenheid - humor, humour, mood, temperbui, dispositie, geestesgesteldheid, humeur, luim, stemming - commiseration, favor, favour, fellow feeling, fellow-feeling, liking, sympathymedegevoel, medeleven, medelijden, sympathie, sympatie - enthusiasmbegeestering, elan, enthousiasme, gloed, ijver, levendigheid, levenskracht, vuur - faintness[Spéc.]

experience, feelaanvoelen, beleven, ervaren, gevoelen, gewaarworden, ondervinden, ontmoeten, toedragen, voelen[Dérivé]

aandoening (n.f.) • aandrang (n.m.) • aandrift (n.f.) • affect (n.) • affectie (n.) • emotie (n.) • emotion (n.) • emotions (n.) • feeling (n.) • gemoedsaandoening (n.f.) • gemoedsbeweging (n.f.) • geneigdheid (n.f.) • gevoel (n.) • gevoelen (n.) • inclinatie (n.) • neiging (n.f.) • sentiment (n. neu.) • sentiment (n.)

-

 


   Publicidad ▼