Publicidad ▼


 » 

diccionario analógico

exercer le pouvoir sur (fr)[Classe]

politics (en)[Domaine]

leader (en)[Domaine]

bestieren, besturen, bevelen, managencontrolar, estar al mando de[Hyper.]

beleid, bestuur, gouvernement, leiding, politiek, regering, regeringsbeleid, regeringspolitiek, regimeadministración, dirección, gestión, gobierno - autoriteit, autoriteiten, bestuur, bewind, gezag, gezagsdragers, gouvernement, heerschap, landsregering, overheid, regering, regiem, regime, troonadministración, Administración pública, autoridad, autoridades, fuerza, gobierno, mando, régimen, reinado - commissaris, commissaris van de Koningin, gouverneur, landvoogd, landvoogdes, pipa, ruwaard, stadhoudergobernador - baas, bestuurder, bewindspersoon, leider, meester, meesteres, regeerderdirector, gobernador, gobernadora, gobernante, miembro del consejo - bestuurdominio - reinado[Dérivé]

tronenestar sentado, reinar - slecht besturengobernar mal - commanderen, de lakens uitdelendirigir el cotarro, llevar la batuta, llevar las riendas, mandar - gebieden, heersen, overheersen, regerenreinar - mitropolitovati (sr) - vladikovati (sr)[Spéc.]

administrateur, administratrice, beheerder, beheerster, bestuurder, bestuurster, goevernante, goeverneur, gouvernante, gouverneur, kaderlid, manager, staflidadministrador, administradora, ejecutivo, gobernador, gobernadora - gouverneur (fr) - gouverneur (fr)[PersonneQui~]

heersenddesenfrenado, dirigente, en el poder, gobernante, reinante[Qui~]

governable (en)[QuiPeutEtre]

ingouvernable (fr)[QuiNePeutEtre]

gouvernement (fr)[Nominalisation]

beleid, bestuur, gouvernement, leiding, politiek, regering, regeringsbeleid, regeringspolitiek, regimeadministración, dirección, gestión, gobierno - autoriteit, autoriteiten, bestuur, bewind, gezag, gezagsdragers, gouvernement, heerschap, landsregering, overheid, regering, regiem, regime, troonadministración, Administración pública, autoridad, autoridades, fuerza, gobierno, mando, régimen, reinado - commissaris, commissaris van de Koningin, gouverneur, landvoogd, landvoogdes, pipa, ruwaard, stadhoudergobernador - baas, bestuurder, bewindspersoon, leider, meester, meesteres, regeerderdirector, gobernador, gobernadora, gobernante, miembro del consejo - bestuurdominio - reinado[Dérivé]

aan de macht zijn  • estar en el poder  • gebieden (v. trans.) • gobernar (v. trans.) • heersen (v. trans.) • heersen over (v. trans.) • mandar (v.) • overheersen (v.) • regeren (v. trans.) • regir (v. trans.) • reinar (v. trans.)

-

 


   Publicidad ▼