» 

diccionario analógico

votar; asentir a; coincidir con; conceder el visto bueno; estar conforme con; estar de acerca de; impartir su aprobación a; mostrar conformidad; aprobaraccoord gaan met; akkoord gaan met; goedvinden; goedkeuren; zijn goedkeuring geven aan; ergens achter staan[Classe]

permettre (autoriser) (fr)[Classe]

aprobar[ClasseHyper.]

condition indispensable à l'existence d'un fait (fr)[DomaineCollocation]

contrat (fr)[DomaineCollocation]

reaccionar, responderantwoorden, reageren, reageren op, zich verzetten tegen - dejar, permitirdoorlaten, dulden, laten, toelaten, toestaan, tolereren[Hyper.]

aceptación, adopciónaanvaarding, acceptatie, adoptie, bijval, weerklank - anuencia, aquiescencia, asentimiento, consentimiento, declaración de voluntad, permisobereidverklaring, instemming, toestemming - acceptation (en)[Dérivé]

declinar, rechazar, rehusarafslaan, bedanken, ontzeggen, refuseren, verdommen, verdraaien, verrekken, vertikken, weigeren[Ant.]

give (en) - acceder a, aceptar, acordar, acordar/consentir, aprobar, consentir en, convenir en, estar de acuerdo acerca de, estar de acuerdo conaannemen, billijken, gaan met akkoord, instemmen met, toestemmen in - settle (en) - contract in (en) - aceptar, animar, apoyar, aprobar, autorizar, conceder, dar permiso, dejar, facultar, habilitar, permitirapproberen, autoriseren, autorizeren, de bevoegdheid geven, fiatteren, goedkeuren, ingaan op, laten, permitteren, toestaan, vergunnen, veroorloven - ceder, ceder ante, conceder, consentirachteruitwijken, bezwijken, capituleren, cederen, meegeven, overgeven, platgaan, vallen, wijken, zich onderwerpen, zwichten, zwichten voor - a cargo de tomar uno, comprometerse a hacer, emprender, encargarse de, tomar a su cargo, tomar sobre sígeven, leiden, op zich nemen, zich belasten met[Spéc.]

aceptación, consentimientoaanneming, aanvaarding, acceptatie, accepteren, inwilliging - acceptation (fr)[Nominalisation]

aceptable, admisible, razonableaannemelijk, aanvaardbaar, acceptabel, redelijk[QuiPeutEtre]

accepting (en)[Qui~]

aceptación, adopciónaanvaarding, acceptatie, adoptie, bijval, weerklank - anuencia, aquiescencia, asentimiento, consentimiento, declaración de voluntad, permisobereidverklaring, instemming, toestemming - acceptation (en)[Dérivé]

declinar, rechazar, rehusarafslaan, bedanken, ontzeggen, refuseren, verdommen, verdraaien, verrekken, vertikken, weigeren[Ant.]

aanvaarden (v. trans.) • accepteren (v. trans.) • aceptar (v. trans.) • asentir (v.) • consentir (v.) • instemmen (v.) • nemen (v. trans.) • toestemmen (v.)

-