» 

diccionario analógico

break (en) - shrink, shrivel (en) - taper (en) - bedaren, verlopen - als rook vervliegen, verdwijnen - breken - opvieren, verminderen, wegsterven - afzwakken, kwijnen, luwen, ontspannen, tanen, verbleken, verflauwen, verslappen, verweken, verwijven, verzwakken - afkoken, uitkoken - ineenschrompelen, inkrimpen, korter worden, krimpen, samentrekken, slinken, verschrompelen - ineenschrompelen, inkrimpen, krimpen, verdorren, verschrompelen - afnemen, bedaren, gaan liggen, luwen, minder worden, uitrazen, uitwoeden, wegsterven - deshinchar, deshincharse, desinflar, desinflarse (es) - achteruitgaan, afnemen, ineenschrompelen, slinken, verminderen - remit (en) - de-escalate (en) - devalueren - abbreviëren, afkorten, korter maken - thin out (en) - slinken, smelten - afnemen - wane (en) - afremmen, snelheid minderen, uitlopen, vaart minderen, verlangzamen, vertragen - decrescendo (en)[Spéc.]

afname, afneming, afslag, daling, discount, inkrimping, korting, mindering, rabat, reductie, reductionisme, remissie, simplificatie, vereenvoudiging, verkleining, verlaging, vermindering - afname - herfst, najaar - terugloop - eindfase, regressie, slotfase, terugval, verkleining - decrease, decrement (en)[Dérivé]

scale down (en)[Domaine]

groeien, meerderen, oplopen, stijgen, toenemen, verhogen, vermeerderen[Ant.]

achteruitlopen (v. intr.) • afnemen (v.) • minderen (v. trans.) • slabakken (v.) • teruglopen (v. intr.) • teruglopend (v.) • verminderen (v.)

-

 


   Publicidad ▼