Publicidad ▼


 » 

diccionario analógico

dyscrasia - condition, disease, disorder, illness, malady, sickness, spell of sickness, unwellnessaandoening, misselijkheid, onpasselijkheid, periode van ziekte, ziekbed, ziekte - invalidism - biliousnessgalachtigheid, galligheid, korzeligheid - infectionbesmetting, infectie, infektie - pathologypathologie - affliction - harm, hurt, injury, traumacontusie, kneuswond, kneuzing, kwetsing, kwetsuur, laesie, letsel, trauma, verwonding - softness, unfitnessslechte conditie - debility, feebleness, flaccidity, fragility, frailness, frailty, infirmity, valetudinarianism, weaknessbreekbaarheid, broosheid, fragiliteit, kwaal, lichaamsgebrek, vergankelijkheid, zwakheid, zwakte[Spéc.]

unhealthyongezond[Dérivé]

good health, healthinessgezondheid, prosperiteit, voorspoed, welbevinden, welstand, welvaren, welzijn[Ant.]

health problem (n.) • ill health (n.) • indispositie (n.) • slechte gezondheid (n.) • unhealthiness (n.)

-

 


   Publicidad ▼