Publicidad ▼


 » 

diccionario analógico

arreglo; conformidad; compromiso; acuerdo; fíat; consentimiento; anuencia; concierto; convención; convenioaccoord; akkoord; overeenstemming; overeenkomst; afspraak; toelating; fiat; convenant; conventie; konventie[ClasseHyper.]

cariño; afecto; afección; afectuosidad; apego; asimiento; bienquerencia; bienquerer; coqueteo; devoción; dilección; simpatía; solicitud; ternura; voluntad; aficiónaffectie; affektie; genegenheid[Classe]

asenso; beneplácito; aprobación; adhesióngoedkeuring; bijval; agreatie; fiat; goedvinden; zegen; adhesie; instemming; sympathie[Classe]

concordia; armonía; harmoníaeendracht; eensgezindheid; harmonie; harmonieleer; samenklank[Classe]

junta; asambleaassemblée; vergadering[Classe]

ensemble (fr)[Caract.]

afirmación, declaración pública, exposición, informe, manifestaciónbekendmaking, dictum, kennisgeving, officiële verklaring, opgaaf, opgave, uitspraak[Hyper.]

asignar, concedertoewijzen, verlenen - avenirse, avenirse con, comprender, concordar con, concordar en, congeniar con, entenderse, entenderse con, integrarse, llevarse bien, llevarse bien conaccorderen met, akkorderen met, begrip hebben voor, boteren tussen, goed opschieten met, harmoniëren met, het kunnen vinden met, in overeenstemming zijn met, klikken tussen, kunnen opschieten met, opschieten, overeenkomen, overeenstemmen met, overweg kunnen met, zich aanpassen[Nominalisation]

acceder a, aceptar, acordar, acordar/consentir, aprobar, consentir en, convenir en, estar de acuerdo acerca de, estar de acuerdo conaannemen, billijken, gaan met akkoord, instemmen met, toestemmen in[Dérivé]

confederacy, conspiracy (en) - covenant (en) - contrato unilateral - afzetmarkt, afzetmogelijkheid - acuerdo, negocio, pacto, transacción, tratokassakoopje, occasion, overeenkomst, transactie - pacto de trabajo - pacto de caballerosgentlemen's agreement, herenakkoord - acuerdo escrito - submission (en) - entente - contrato verbal - reservation (en) - ajuste, convenioarrangement, oplossing, regeling - severance agreement (en) - suicide pact (en) - fair-trade agreement (en) - entente ilícitaongeoorloofde overeenkomst[Spéc.]

acceder a, aceptar, acordar, acordar/consentir, aprobar, consentir en, convenir en, estar de acuerdo acerca de, estar de acuerdo conaannemen, billijken, gaan met akkoord, instemmen met, toestemmen in[Dérivé]

condición, condiciones, términobeding, bepaling, betalingsvoorwaarden, conditie, mits, modaliteit, proviso, stipulatie, term, voorbeding, voorwaarde[Desc]

accoord (n. neu.) • acuerdo (n.m.) • afspraak (n.f.) • akkoord (n. neu.) • anuencia (n.f.) • arreglo (n.m.) • compromiso (n.m.) • conformidad (n.f.) • consentimiento (n.m.) • contract (n. neu.) • convenant (n. neu.) • deal (n.) • entendimiento (n.) • fiat (n. neu.) • fíat (n.m.) • overeenkomst (n.f.) • overeenstemming (n.f.) • pacto (n.m.) • toelating (n.f.) • verstandhouding (n.)

-

 


   Publicidad ▼