Publicidad ▼


 » 

diccionario analógico

Ambulancia, ambulância, hospital militar móvelambulance, ziekenauto, ziekenwagen - break, canadiana, carrinha, carrocombi, combinatiewagen, stationcar - calhambequeautobus, brik, bus, rammelkar, rammelkast - carro de aluguer, Taxi, táxihuurauto, huurkoetsje, huurrijtuig, huurwagen, kuch, taxi - carro compacto - conversívelcabriolet, kabriolet - compartimento de vagão, coupé, cupêcoupe, tweedeurs, tweedeursauto - Carro de polícia, viatura policialpatrouilleauto, patrouille-auto, patrouillewagen, politieauto, politiewagen - matéria elétrica - gas guzzler (en) - conversível de capota durahardtop - carro com porta traseiravijfdeurs, vijfdeursauto - horseless carriage (en) - Hot Rodscheurijzer - jipejeep, landrover, terreinvoertuig - Limusina, limusinebak, limousine, slee - emprestadoraleenster - MiniMini - monovolume - Model T (en) - pace car, pilot car (en) - carro de corrida, carro de corridasbolide, coureur, hardrijder, koersauto, raceauto, racewagen - two-seater - carro, sedA, sedansedan - carro de desporto, carro esporte, carro-esportecoupé, sportauto, sportcoupé, sportwagen - Utilitário Esportivo, Utilitários esportivos - Stanley Steamer (en) - stock car (en) - subcompact, subcompact car (en) - carruagem leve, faetontetoerfiets - voiturette (fr) - secondhand car, used-car (en)[Spéc.]

automobilismo, esporte automobilísticoautomobilisme - automobilístico, automotivo - andar, rodarrijden - voiturée (fr) - mecânicomachinevoerder, machinist, mecanicien, mechanicus, treinbestuurder, werktuigkundige - automobilista, chofer, condutor, motoristaautobestuurder, automobilist, automobiliste[Dérivé]

automobile (en) - automobile (en)[Rel.App.]

carregar, transportarkarren, sjouwen met[GenV+comp]

acelerador, pedal do aceleradoraccelerator, cyclotron, deeltjesversneller, elektronenversneller, gaspedaal, versneller, versnellingsmachine - airbagairbag - auto accessory (en) - motor del automóvil (es) - automobile horn, car horn, hooter, horn, motor horn (en) - amortecedorbuffer, schamppaal, stootblok, stootkussen - pára-choque, pára-choquesbumper, schamppaal, schokbreker, stootblok, stootkussen, stootrand - porta, portão, portinholaautoportier, portier - retrovisorautospiegel - car seat (en) - autoruit, portierraampje - guarda-lama, guarda-lamas, partespatbord - primera, primero (es) - tabla del suelo (es) - motores a gasolinabenzinemotor - porta-luvasdashboardkastje, handschoenenkastje - grade - anticycloon, hogedrukgebied - capô, capô QUERY, capota, coberta, porta traseiraachterklep, kapoets, kapoetsmuts, kofferdeksel, kovel, monnikskap, motorkap, puntkap, rookverdrijver, vonkenvanger, zuurkast - bagageira, mala, porta-bagagem, porta-malasbagageruim, bagageruimte, koffer, kofferbak, kofferruimte - vidro traseiroachterruit - marcha-atrásachteruit - telhadodak - estribo (es) - anti-sway bar, stabilizer bar (en) - teto solar, Teto-solarkap, motorkap, schuifdak, zonnedak - fin, tailfin, tail fin (en) - terceira - fenestra, janela, vidroglasruit, raam, ruit, venster, vensterglas[Desc]

hopped-up (en) - Aluguel, aluguer, arrendamento, locaçãohuur, verhuring, verhuur - alternadoralternator, wisselstroomdynamo - achterbank - mapa de estradasautokaart, wegenkaart - salão de exposiçOesexpositieruimte, showroom, show-room, tentoonstellingsruimte, toonkamer, toonzaal, veilinggebouw - ignition lever, spark lever (en) - Túneis, Tunel, Túneltunnel - passageiro, transitórioinzitten, inzittende, motorcoureur, opvarende, passagier, passagiere, reiziger, rijder, schepeling, weggebruiker - Tracçãotractie - ajuar (es) - acertar em cheio[Domaine]

auto (n.m.) • auto (n.) • automobiel (n.m.) • automóveis (n.) • automóveis particulares (n.) • automovel (n.) • automóvel (n.f.) • brik (n.f.) • carro (n.m.) • kar (n.f.) • máquina (n.) • rammelkast (n.f.) • schuitje (n.) • statusblik (n.) • vehikel (n. neu.) • viatura (n.f.) • wagen (n.m.)

-

 


   Publicidad ▼