Publicidad ▼


 » 

diccionario analógico

apocamiento; embarazo; encogimiento; inhibición; timidez; carácter asustadizobedeesdheid; schichtigheid; schuchterheid; schuwheid; verlegenheid; koudwatervrees; schroomvalligheid; bleuheid; bloheid; confusie; geremdheid; timiditeit; verwarring; angstigheid[Classe]

état de qui est incapable de (fr)[Classe]

action d'interdire (fr)[Classe]

factotum (en)[Domaine]

inhibits (en)[Domaine]

abstinenciaabstinentie, onthouding[Hyper.]

inhibit (en)[Nominalisation]

contenerse, dominar, refrenar, tener bajo controlaanvallen, bedwingen, beheersen, bestrijden, beteugelen, betwisten, ingaan, in toom houden, neertrappen, onder controle houden, onderdrukken, onder kontrole houden, supprimeren, temmen, verdringen, vergeten - beteugelen, binnenhouden, onderdrukken, ontstoren, supprimeren, verdringen, vergeten, verzwijgen[Dérivé]

psicología, sicologíamensenkennis, psychologie, zielenroerselen, zieleroerselen, zielkunde[Domaine]

 


   Publicidad ▼