Publicidad ▼


 » 

diccionario analógico

traveler; traveller (en)[Classe]

reis; tocht; rondrit; sightseeing; tourviaje; recorrido; gira; salida[Classe]

s'arrêter temporairement pendant un déplacement (fr)[Classe]

arriver de déplacement, de voyage (fr)[Classe]

zich verroeren; zich verplaatsen; reizen; doorreizen; trekkencambiar de sitio; desplazarse; viajar[Classe]

préparer un déplacement, un voyage (fr)[Classe]

billet d'un voyage (fr)[Classe]

lieu d'arrivée ou de départ (fr)[Classe]

être déplacé, subir un déplacement (fr)[Classe]

(bagage; bepakking)(bagaje; equipaje)[Thème]

(toerist; toeriste; recreant; vakantieganger), (vreemdelingenverkeer; toerisme; toeristenindustrie; toeristenverkeer), (Vereniging voor Vreemdelingenverkeer; V.V.V.; V.V.V.-kantoor)(turista; veraneante; (adjetivo) turístico; excursionista), (turismo), (oficina de turismo; oficina de información de turismo)[Thème]

(traject; trajekt; route; openbare weg; travers; traverse; verbindingsweg; verkeersweg)(tramo; trayecto; itenerario; ruta; vía pública; eje; avenida; itinerario)[Thème]

nomadisme (fr)[Thème]

déplacement, voyage (fr)[Thème]

(op onderzoek uitgaan)(explorar)[Thème]

faire étape pendant un voyage (fr)[Thème]

terrain de camping (fr)[Thème]

(passant; passante; voorbijganger; voorbijgangster)(transeúnte)[Thème]

(reis; tocht; rondrit; sightseeing; tour), (zich verroeren; zich verplaatsen; reizen; doorreizen; trekken)(viaje; recorrido; gira; salida), (cambiar de sitio; desplazarse; viajar)[termes liés]

-

 


   Publicidad ▼