Publicidad ▼


 » 

diccionario analógico

(gehoor; gehoorvermogen; gehoorzin; stemtest), (auditief), (hearing; hoorzitting; luisterzitting; het aanhoren van)(Gehör; Hörvermögen; Gehörsinn; hören), (auditiv), (Hören; Anhören)[Thème]

(kijken; zien), (toeschouwer; observatrice; observator; waarnemer; waarneemster), (oog; blik; gezichtsorgaan; gluurder; kijkers; oculus; pottekijker; pottenkijker; schenkkurk; voyeur), (gezicht; zien; gezichtsvermogen; gezichtszin)(sehen), (Observator; Observatorin; Beobachter; Beobachterin), (Auge), (Gesichtssinn; Sehkraft; Gesichtsvermögen; Sehleistung; Sehvermögen)[Thème]

(snuiven), (reuk; reukvermogen; reukzin; neus)(schnauben; schnaufen), (Geruchssinn; Geruch; Geruchsvermögen; Witterung)[Thème]

(aanroeren; aankomen; komen aan; zitten aan; aanraken; aantikken), (gevoel; tastvermogen; tastzin; tast), (kontakt; aanraking; contact), (onvatbaarheid; ongenaakbaarheid; onbereikbaarheid; ontoegankelijkheid), (stijfheid)(anfassen; streifen; anrühren; berühren; antippen), (Gefühlssinn; Tastsinn; Gefühl), (Kontakt; Berührung), (Unnahbarkeit; Unerreichbarkeit; Unzugänglichkeit), (Steife; Steifheit)[Thème]

(smaak; meug), (smaakorgaan; smaakpapil), (smaakvol), (smaken naar)(Geschmack; Geschmackssinn), (Geschmacksorgan; Geschmackspapille), (geschmackvoll), (schmecken nach)[Thème]

-

 


   Publicidad ▼